Overpeinzingen Deel 1

Deel 1: “Wat te doen met verwijzingen op basis van een massa, bij de BIRADS-classificatie 0”

Er gaat in het Bevolkingsonderzoek op Borstkanker veel aandacht uit naar de ontwikkeling van nieuwe technieken. Mammografieapparatuur wordt continue op velerlei wijze verbeterd. Er is veel onderzoek naar het effect van aanvullende beeldvormende technieken, zoals tomosynthese, MRI en contrast enhanced mammography. Ook is er discussie of “one fits all” wel de goede werkwijze is. Artificiële intelligentie zou wellicht in de nabije toekomst op meerdere wijzen een goede ondersteuning kunnen zijn van de screeningsradioloog.

Relatief weinig aandacht is er voor het verwijsgedrag van de screeningsradioloog zelf. Onveranderd is het grote aantal verwijzingen naar het ziekenhuis op basis van afwijkingen op het screeningsmammogram, die bij verder onderzoek niet de afbeelding zijn van een kwaadaardige afwijking.

Wellicht zijn er eenvoudige veranderingen in het verwijspatroon van screeningsradiologen mogelijk die leiden tot een aanzienlijke daling van het aantal verwijzingen.

Een beschouwing hierover vindt u via de volgende link: “Wat te doen met verwijzingen op basis van een massa, bij de BIRADS-classificatie 0”

De belangrijkste, wellicht zeer voor de hand liggende suggestie is:

 -Terughoudendheid bij verwijzing van massa die goed afgrensbaar is en waarvan de contouren deels glad zijn, met name bij vrouwen tussen 48 en 51jaar (eerste screeningsronde)

Deze beschouwing vormt de basis van een artikel, waaraan ik met een aantal medeonderzoekers zal werken.